U bevindt zich hier: SCHOUDERAANDOENINGEN IMPINGEMENT

Impingement van de schouder. Bij het opzij bewegen (abduceren) van de arm wordt de slijmbeurs en de pees van de schouder ingeklemd tussen de kop en het dak (acromion) van de schouder


ONTSTAANSWIJZE.

Impingement (inklemming) van de schouder ontstaat als er te weinig rumte is voor de pezen van de schouder (rotator cuff) om onder het dak van de schouder (het acromion ) door te glijden. De rotatorcuff bestaat uit 4 spieren die hun oorsprong vinden op de scapula . Deze cuffspieren zorgen voor het opzij bewegen en draaien van de arm. Tevens zorgen zij ervoor dat de kop van de schouder stevig in het gewricht blijft zitten.

Vooral bij veel bovenhands werk en sport is een optimale balans tussen de activiteiten van de schouderspieren belangrijk. Het veel boven de macht werken kan leiden tot vermoeidheid, peesbeschadiging en daardoor een verstoorde balans. Dit heeft gevolgen voor de stabiliteit van de schouder. Langdurige overbelasting kan leiden een ontstekingsreactie van de rotator cuff en uiteindelijk tot inklemming subacromiaal.

Er zijn diverse oorzaken beschreven voor het ontstaan van een subacromiaal impingement syndroom. Deze kunnen onderverdeeld worden in intrinsieke en extrinsieke factoren.

Bij de intrinsieke oorzaken (gelegen in de spierpees unit) spelen factoren als spierzwakte, musculaire dysbalans en overbelasting een rol. Dit is vooral bij jongere patiënten van invloed. Bij oudere patiënten is er vaker sprake van een degeneratieve tendinopathie, leidend tot hoogstand van het caput humeri en impingement.

Bij de extrinsieke factoren worden onder andere genoemd de afwijkende vorm van het acromion. Bigliani beschreef in 1986 de relatie tussen vormafwijkingen van het glenoid en het voorkomen van rotatorcuff rupturen. Dit werd bevestigd door andere auteurs (Toivonen).
Andere factoren in deze categorie zijn impingement als gevolg glenohumerale instabiliteit, acromioclaviculaire artrose, coracoid impingement, os acromiale en posterosuperior impingement.

HOE WORDT DE DIAGNOSE GESTELD?

Schouderklachten door impingement van de rotatorcuff onder het acromion komen zeer frequent voor. Ongeveer de helft van alle schouderklachten berusten op een probleem in de ruimte onder het acromion. De diagnose impingement syndroom is lastig te stellen omdat het klinisch beeld verwarrend kan zijn en er overlap bestaat met andere schouderaandoeningen, zoals instabiliteit, frozen shoulder, artrose, etc.).

De aandoening komt vaker voor bij vrouwen en bij mensen die veelvuldig bovenhands werk doen. Over het algemeen betreft het een patienten groep van 35-60 jaar.

De diagnose wordt gesteld door het typische klachtenpatroon van pijn in de schouder, vooral bij het naar boven bewegen van de arm. Bovenhandse activiteiten zijn pijnlijk en niet lang vol te houden. Soms zijn er knisperingen voelbaar in de schouder bij het bewegen van de arm. Er is vaak nachtelijke pijn en liggen op de schouder is vervelend. De bewegelijkheid en kracht van de schouder is vaak verminderd.

Bij het lichamelijk onderzoek is er vaak sprake van een pijnlijk bewegingstraject (zogenaamde painful arc) en kracht zetten tegen weerstand is gevoelig en minder krachtig. Soms zijn er knisperingen waar te nemen bij het bewegen van de schouder.

Met behulp van een röntgenfoto Röntgenfoto schouder bij patient met impingement. wordt bepaald of er sprake is van ruimtegebrek in de ruimte waar de cuff pezen door moeten glijden (bijvoorbeeld een botuitsteeksel aan het acromion -zie foto onder). Ook kan gezien worden of er sprake is van verkalkingen in de pees. Deze zijn vaak het gevolg van een chronische ontsteking van de pees.

In een aantal gevallen is verder onderzoek nodig om een goede diagnose te stellen.
De arts kan een echografie laten maken van de schouder om te zien of er een beschadiging is aan de pees. In sommige gevallen wordt een scan (MRI met of zonder contrast) geadviseerd omdat er verdenking is op meer afwijkingen in de schouder, zoals een afscheurde pees van de rotator cuff. MRI SCHOUDER



Behandeling

beeld van schouderdak (acromion) na decompressie


Conservatieve behandeling.


De behandeling van het impingement syndroom is meestal conservatief. Door het vermijden van bovenhandse bewegingen, gedoseerde rust en verbetering van de houding is bij een kort bestaande klacht vaak een goede genezing te verwachten. Ter bestrijding van de pijn is het nuttig een pijnstiller/ontstekingsremmer te gebruiken (NSAID). Als de klachten langer bestaan kan fysiotherapie worden overwogen. Door een verbetering van de houding, verbetering van de schouderbladfunctie en door het herstel van de spierbalans in de schouder kan een toename van de ruimte onder het acromion worden verkregen, waardoor de klachten verdwijnen.
Bij onvoldoende resultaat kan het toedienen van een onstekingsremmende injectie in de slijmbeurs onder het acromion een gunstige invloed hebben op de klachten. Op de langere termijn keren de klachten echter nogal eens terug.
Indien de ernst van de klachten zodanig ernstig is dat het dagelijks functioneren en werk er nadelig wordt beïnvloedt, kan een operatieve behandeling worden overwogen.

Operatieve behandeling.

Een operatieve behandeling van een impingement syndroom bestaat uit een ingreep waarbij ruimte gemaakt wordt voor de rotator cuff pezen en de slijmbeurs, de zogenaamde subacromiale decompressie volgens Neer. Bij een goede indicatie heeft deze ingreep een goed succespercentage (rond 80-85%).
Aangezien er vele oorzaken zijn voor een impingement beeld van de schouder, dient met de indicatie tot operatie voorzichtig te worden omgegaan.
Hieronder treft u een voorbeeld hoe een arthroscopische decompressie uitgevoerd wordt in de schouder.

A'scopische subacromiale decompressie volgens Neer